07).E.G V/D Stadt

[social_icon url=”https://www.facebook.com/marcel.hollander.39″ service=”facebook”]

—————————————————————————————————————

Ericus Gerhardus van de Stadt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ericus (Ricus) Gerhardus van de Stadt (19101999) was een Nederlandse ontwerper van recreatievaartuigen, in het bijzonder zeilschepen. Hij was de grondlegger van de industriële jachtbouw in Nederland.

Ricus van de Stadt doorliep de HTS en startte in Zaandam een scheepswerf en tekenkamer voor kleine houten boten. In 1936 ging hij mee als reserve voor de Olympia-jol naar de Olympische Spelen van 1936.

In 1939 ontwierp Van de Stadt de Valk in opdracht van de firma Bruynzeel om de mogelijkheden van hun nieuwe product hechthout (een soort multiplex) te demonstreren. De Valk wordt een doorslaand succes. Als we de moderne polyester variant (de Polyvalk) meetellen, is deze boot heden waarschijnlijk de populairste open zeilboot op de Nederlandse wateren te noemen.

Later ontwierp Van de Stadt voor Cees Bruynzeel een zeewaardige raceversie van de Valk, de Zeevalk. In 1952 zou deze boot de Fastnet race winnen.

In 1958 volgde de Pionier, een 9 meter lange zeilboot van het toen nieuwe polyester. Het ontwerp werd een groot succes. De lichte boot wist tal van internationale wedstrijden te winnen.

Enkele andere boten die Van de Stadt ontwierp zijn de Efsix,de Stern, de Spanker, de Randmeer en de Wibo. Kenmerkend voor de ontwerpen van Van de Stadt zijn durf, eenvoud en goede zeileigenschappen.

Vanaf 1973 ging Van de Stadts bedrijf zich geheel concentreren op ontwerpen; de werf werd verkocht aan Dehler. De naam werd veranderd in “E.G. van de Stadt & Partners”. Van de Stadt zou er tot 1978 blijven werken.

Het ontwerpbureau heet momenteel Van de Stadt Design en wordt geleid door Cees van Tongeren, die eind jaren zestig voor Ricus kwam werken.

———————————————————————————-

Boten voor de gewone man

(overgenomen uit de NRC van 22 september 2001)

Door Cees Banning

Hij tekende voor de democratisering van de watersport en is grondlegger van de industriële boot. De Nederlandse ontwerper E.G. van de Stadt innoveerde het zeilen; zijn tekeningen –650 in totaal– zijn voor het eerst verzameld en geannoteerd. Aartsvader van het moderne zeilen.

Zijn bootontwerp, de Pionier, staat synoniem voor de democratisering van de watersport. Henry Ford produceerde een auto voor de gewone man; Ericus Gerhardus van de Stadt bouwde boten voor de `kleine beurs’.

De Pionier (1959) was het eerste in serieproductie gebouwde polyester kajuitjacht ter wereld. Tot die tijd was de watersport, met uitzondering van het zeilen in kleine open boten, een elitaire aangelegenheid. Maar het nieuwe materiaal polyester – en het gunstige economische klimaat het `economisch eldorado’ veranderde het beeld op het water radicaal. Zelfbouw van jachten en de relatief goedkope polyester jachten verdrongen de klassieke ronde- en platbodemjachten.

E.G. (`Ricus’) van de Stadt (1910-1999) is de grondlegger van de industriële jachtbouw in Nederland. Op dit moment telt Nederland ruim anderhalf miljoen watersporters. Volgens schattingen, exacte cijfers ontbreken, bezitten 300.000 mensen een schip groter dan zes meter en 400.000 mensen een boot kleiner dan zes meter. Van de Stadt tekende voor zo’n 650 ontwerpen. Morgen verschijnt een boek waarin al zijn tekeningen zijn verzameld en wordt in het scheepvaartmuseum in Amsterdam een congres belegd.

Van de Stadt stamt uit een oud Zaans geslacht van houthandelaren. Op twaalf jarige leeftijd tekende hij zijn eerste ontwerp, een zeilkano. “In vergelijking met andere kano’s zelfs van grotere afmetingen is hij zeer snel en loopt behoorlijk hoog aan den wind”, vermeldde het clubblad van de Zaandamse Kano Club. Wie ook zo’n snelle kano wilde, kon de tekening bij Ricus bestellen: kosten een kwartje.

Op 23-jarige leeftijd begon Van de Stadt, pas afgestudeerd aan de HTS, met een startkapitaal van 25.000 gulden een scheepswerf en tekenkamer aan de Voorzaan in Zaandam; tegenover de werf waar de Russische tsaar Peter de Grote eind 17e eeuw, aangetrokken door de roem van de Zaanse scheepsbouwers, het vak van scheepstimmerman had geleerd.

Uit het werfboek blijkt dat de eerste opdracht een Zestienkwadraat is geweest. Twee jaar na de oprichting kreeg Van de Stadt in 1935 een opdracht van het Watersport Verbond voor de bouw van zes Olympia-jollen – oefenboten voor de afvaardiging naar de Olympische Spelen van 1936 in Kiel. Ook Van de Stadt zelf nam deel aan de kwalificatiewedstrijden. Daan Kagchelland won de selectie en Van de Stadt, nummer twee, ging mee als reserve. Op de spelen behaalde Kagchelland goud en de Olympia-jol werd in korte tijd een zeer populaire boot waarvan zo’n vijftig door Van de Stadt zijn gebouwd.

De grote doorbraak kwam in 1939; de oorzaak: een deur. In de loop van 1939 zocht Kees Bruynzeel, directeur van de Bruynzeel Deurenfabriek in Zaandam, naar alternatieven omdat door de oorlogsdreiging de bouwactiviteiten verminderden. Eén alternatief was de fabricage van keukens, een ander die van botenbouw.

Bruynzeel had, door gebruik te maken van de pas ontwikkelde watervaste kunstharslijm, een duurzame triplexsoort hechthout gemaakt voor de fabricage van buitendeuren. Door hetzelfde materiaal te gebruiken voor het bouwen van boten hoopte Bruynzeel de bouwwereld te overtuigen van de vocht- en waterbestendigheid van dit nieuwe materiaal.

In de zomer van 1939 kwam Van de Stadt voor halve dagen in dienst bij de deurenfabrikant om een bootontwerp te tekenen en de productie voor te bereiden. Het moest een serieproduct worden, waarbij de machines van de keukenfabriek gebruikt konden worden. Bruynzeel rekende uit dat een lengte van 6,50 meter ideaal zou zijn, want dan waren drie platen hechthout voldoende. Het `spanen doosje’ zoals Van de Stadt zijn ontwerp, de Valk, typeerde, was een revolutionair vaartuig. Gebouwd met nieuwe constructiemethoden van een nieuw materiaal. De eerste industriële zeilboot ter wereld en direct ook een nationale eenheidsklasse. De Valk was zijn tijd ver vooruit en nog steeds is het een populaire (wedstrijd)boot op de Friese en Hollandse meren.

Uit de zakelijke verhouding tussen Van de Stadt en Bruynzeel groeide een hechte vriendschap. Bruynzeel, een gepassioneerd zeiler, liet zijn nieuwe boten ontwerpen en bouwen door Van de Stadt. Bruynzeels weinig orthodoxe ideeën vonden bij klassiek ingestelde jachtbouwers geen gehoor, Van de Stadt profileerde zich als een innovatieve jachtbouwer. Bruynzeel was gefascineerd door de snelheid die hechthouten lichtgewicht constructies mogelijk maakten.

Van de Stadt ontwierp voor hem een 12-meter oceaanracer, `de Zeevalk’. Een innovatief ontwerp de klassiek ronde vormen waren vervangen door rechte vlakken. Voor Bruynzeels zestigste verjaardag ontwierp Van de Stadt een jacht met een lengte van ruim 21 meter,`de Stormvogel’, gebouwd van hechthout.

Twintig jaar na het succes van de Valk begon Van de Stadt te experimenteren met weer een nieuw materiaal: polyester. De jaren veertig en het begin van de jaren vijftig waren moeizame jaren voor de werf. Bouwmaterialen waren schaars en de ingevoerde `weeldebelasting’ van veertig procent op jachten ontmoedigde de bouw en verkoop. Maar in 1953 kreeg de werf een exportorder voor kleine kajuitjachtjes voor de Amerikaanse markt. De verkoop van de mahonie rondspant scheepjes liep op tot zo’n veertig stuks in 1954.

Via de export naar de Verenigde Staten kwam de werf in Zaandam ook in aanraking met een nieuw product: polyester. Het materiaal bood grote mogelijkheden. Door de bouw in mallen werd het mogelijk in korte tijd grote aantallen te produceren. En voor de bouw was minder vakmanschap vereist; een werf kon goedkoper bouwen dan in hout. Na experimenten met kleine bijbootjes kwam in het voorjaar van 1955 het eerste exemplaar van een speciaal ontworpen tweemansboot, de Stern, uit de mal. De Stern werd, evenals de Valk, een nationale eenheidsklasse en was de eerste in serie geproduceerde polyesterboot in Nederland.

Met de productie van de Pionier in 1959 zette de werf in Zaandam steeds meer schepen af op de buitenlandse markt. De boot stond als zeer degelijk te boek. Toen Van de Stadt bijvoorbeeld de constructietekening van de Pionier naar verzekeringsmaatschappij Lloyds in Londen stuurde, kreeg hij bericht terug dat de boot veel sterker was dan noodzakelijk. Herman Jansen was de eerste Nederlander die solo de wereld rond voer in een Pionier, een boot van ruim negen meter.

Met onder meer de Randmeer, de Trotter, de Sprinter, de Bries, de Pionier 10 kwam het accent van de werf meer te liggen bij de productie dan het ontwerpen van schepen. Van de Stadt, die begin jaren zeventig inmiddels in de buurt van de pensioengerechtigde leeftijd kwam, begreep dat er een keuze gemaakt moest worden tussen productie en ontwerpen. In 1973 werd de beslissing genomen, de werf werd verkocht aan het Duitse Dehler Bootsbau; precies veertig jaar na de oprichting. De ontwerpers gingen verder als ontwerpbureau E.G. van de Stadt en Partners.

“Van de Stadt heeft een doorslaggevende bijdrage geleverd aan de innovatie van jachtontwerpen en jachtbouw”, constateert Theo van Harpen, auteur van het boek `E.G. van de Stadt pionier in jachtontwerpen’. “Goede zeileigenschappen, een praktische indeling en innovatief materiaalgebruik zijn kenmerkend voor zijn boten.” Het idee om de geschiedenis van de werf vast te leggen, ontstond eind jaren zeventig. Willem Akkerman, hoofd van de tekenkamer, annoteerde alle ontwerpen en plaatste ze in historisch perspectief. De tekenkamer was de katalysator van het succes. Van de Stadt zette de grote lijnen op papier en de tekenkamer werkte het uit. Maar vaak namen ze ook zelf het initiatief en werd het eindproduct aan Ricus voorgelegd. Akkerman, die later met Klaas Kremer de Waarschipwerf oprichtte, is voor negentig procent de auteur van het boek, stelt Van Harpen die het project na het overlijden van Akkerman afrondde.

Het boek dat morgen wordt gepresenteerd, bevat een cd-rom met alle 650 ontwerpen van de Zaanse scheepsbouwer. “We hebben alle bouwtekeningen en zeilplannen gescand. Een monnikenwerk waar we ruim een jaar mee bezig zijn geweest”, zegt Hans Körner van Van de Stadt Design. Maar het bespaart de jachtontwerper ook veel werk. “Knettergek” werden ze van de telefoontjes wanneer er weer een storm over land en zee had geraasd. “Het komt vaak voor dat de boot heel is gebleven, maar de mast gebroken. Eigenaren willen dan een tekening van het zeilplan”, vertelt Körner. “Het zoeken kostte uren, want we kregen ook aanvragen van de eerste ontwerpen van veertig jaar geleden. Nu hoeven we alleen nog maar een schijfje op te sturen. De aanvragen zullen wel blijven komen, want Ricus’ boten hebben slechts één manco: ze zijn te degelijk.”

`E.G. van de Stadt pionier in jachtontwerpen’. Willem Akkerman, Theo van Harpen en Jan Broek. Uitgeverij Van Wijnen Franeker. ISBN 90 51 94 21 84. Prijs: 130 gulden (inclusief cd-rom).